2011

TRAPPISTENTOER


Dag 07: zondag 19 september 2011 - Villers-Devant-Orval naar Bouillon


De routine wordt 's morgens ook hier niet verstoord: wekken, wassen, ontbijten, fietsen opzadelen, ... Bij het ontbijt moffelt Michel ongezien een broodje met beleg in zijn binnenzak. Beleefd als ik ben geef ik hier graag het goede voorbeeld en vraag aan de (Nederlandse) eigenaar of ik het overblijvende broodje mag meenemen als lunchpakket. Het antwoord klinkt heel positief en joviaal. Bij het afrekenen heeft onze joviale Nederlander doodleuk het broodje met beleg netjes bijgerekend.

De volgende Nederlandse uitbater weze gewaarschuwd: brood, koffie, confituur, bord, bestek, tafellaken, dochter des huizes, schoenlepel en deurklinken zullen ongemerkt in mijn binnenzak verdwijnen.

Een korte maar pittige rit vandaag. 52 kilometer tot in Bouillon met een paar "deftige" hellingen. De fiets wordt precies iedere dag ietwat zwaarder en de stijgende meters lastiger.

We volgen de eerste kilometers de N88 die door een sterk beboste regio loopt. Zo vroeg op de morgen is de ellenlange helling van 6 kilometer vrij moeilijk te verteren maar we troosten ons met de idee dat het maar een drietal uurtjes duurt tot onze bestemming.

Florenville biedt een zeer mooi panorama over de vallei van de Semois.

Tussen Saint-Cécile en Herbeumont loopt een spoorweg die volgens onze informatie opgebroken werd en toegankelijk gemaakt voor voetgangers en fietsers. Vooral de lange tunnel op dit stukje ongerepte natuur is aantrekkelijk, als we erin slagen het fietspad te lokaliseren dan kunnen we een paar lastige hellingen schrappen.

Binnen enkele tientallen meters bevinden we ons al ruim boven de omliggende velden en bossen maar veel zien we er niet van: we zitten temidden van een soort jungle en het zogenaamde fietspad moet waarschijnlijk nog begroot worden door de Waalse Gewest. Wel zijn de sporen en de ballast reeds verwijderd. We rijden over een zwaar geaccidenteerd pad en met regelmaat moeten we de fiets over boomtakken hijsen of dreigen we vast te rijden in de moerassige ondergrond. Het loopt dus langs geen kanten en als de donkere gapende ingang van de tunnel voor ons opdoemt dreigt ons mooie plan volledig in duigen te vallen. De ingang is afgesloten door een hek gemaakt van wapeningsnetten. Nader onderzoek en wat getrek en geduw aan de onwillige netten verschaft ons een opening voldoende groot om onze fietsen door te duwen. 

In de tunnel is het helledonker en Michel geniet van zijn goede fietsverlichting maar mijn fietsverlichting (een fantastische Vision lamp met 960 lumen aan lichtopbrengst) zit ergens onderaan in mijn tas.

Het minuscule reserve LED-lampje op mijn fiets geeft juist genoeg licht om mijn voorwiel te zien. Terwijl we moeizaam vorderen over de grove grindlaag, onhandig laverend tussen de grote rotsblokken die de voorbije decennia uit het plafond naar beneden gedonderd zijn voelen en horen we voortdurend het water druppelen dat door het plafond sijpelt. Als een baksteen of betonblok het nu verkiest naar beneden te komen ziet het er niet goed uit voor ons.

De tunnel is ongeveer 1,3 kilometer lang en blijkt ook aan de andere zijde afgesloten met een wapeningsnet. Vandalen hebben echer al een opening geforceerd en voor het eerst ben ik blij met hun vernielzucht.

Het fietspad aan de andere zijde van de tunnel is van iets betere kwaliteit maar vooral het uitzicht bovenop de treinbrug van Herbeumont over de Semois is een verademing.

Onze aluminium paarden snakken naar een stukje rustige weg en de spoorweg wordt snel opgesnord maar hij loopt wel hoog boven onze hoofden. Op de topografische kaart zoeken we een gelijkgrondse kruising met de rijbaan maar eens ter plaatse blijkt dat het niveauverschil toch meerdere meters bedraagt. Een klein parallel pad wordt uitgeprobeerd maar dat loop op een sisser uit. Meer naar het zuiden vinden we nog een kruising van het aantrekkelijke fietspad met de N83, daar kunnen we inderdaad het "fietspad" op.

In Herbeumont hernemen we onze weg op de N864 via Cugnon naar en Dohan. In dit ontieglijk kleine dorpje heeft Michel menig verlof doorgebracht, gedurende tientallen kilometers wordt ik onderhouden betreffende de vele ontdekkingen die hij hier mocht beleven.

Onderweg worden we verscheidene keren vergast op mooie vergezichten met de Semois als constante in het beeld. Hellingen komen en gaan, heimelijk hopen we op een confrontatie met een everzwijn of zelfs groter wild. We blijven echter op onze honger zitten en misschien maar goed ook want midden van de wouden krijgen we het resultaat van dergelijke confrontatie.

De bestuurder beweert uitgeweken te zijn voor een everzwijn. Het dier zou de bossen ingevlucht zijn maar Michel heeft zo zijn twijfels gezien het ontbreken van relevante sporen op het voertuig. Gezien de ervaringen die Michel in vroegere loopbanen en ongevallen opdeed ben ik geneigd Michel te geloven en vermoedelijk is het ongeval toe te schrijven aan een fractie onoplettendheid op het bochtige traject van deze provinciale weg.

Volgens het profiel van deze dagtrip moeten we nog één hele zware berg over voordat we aan de afdaling kunnen beginnen naar Bouillon. De bult strekt zich uit over 3,5 kilometer en overbrugt 180 hoogtemeters. In stilte zwoegen we verder met de blik strak op het stukje asfalt juist voor het voorwiel.

Het is best mogelijk dat families everzwijnen ons grinnikend aan het gadeslaan zijn maar het suizen van het bloed in de oren, het prikkende zweet in de ogen, de zwoegende / gierende ademhaling en de van pijn jankende spieren in de benen verzadigen onze zintuigen. De top van deze puist is ons doel want daarna volgt de verlossing: een zalige afdaling waarbij de wind in de (denkbeeldige) haren wappert zonder dat we ook maar één pedaalslag moeten geven.

Gelukkig wisten we toen niet dat onze geboekte B&B zo'n kilometer buiten het centrum van Bouillon ligt, 70 meter hoger dan het centrum...

Niemand thuis? het aanbellen aan de B&B blijft zonder gevolg en we geraken lichtjes geïrriteerd. Gelukkig komt de eigenares toch nog opdagen en is ze zelfs zo vriendelijk om ons enkele onderbroeken te schenken om onze smerige fietsen een poetsbeurt te geven. De toegewezen kamer is piepklein, de voorzieningen spartaans en het geheel verschrikkelijk oubollig. De keuken mogen we niet gebruiken omdat er nog andere gasten verwacht worden, we vragen ons af wat die anderen op ons voor hebben. Niet de beste keuze is de eerste indruk maar veel andere B&B's zijn er niet in de omgeving. Een blitzbezoek aan Bouillon is hoognodig om een stevige maaltijd te kunnen nuttigen en van de gelegenheid wordt ook gebruik gemaakt om een oeroud cafe te bezoeken dat tientallen soorten bieren op de kaart staan heeft.

Geproefde bieren vandaag:


  • Rochefort Rood (6,0% alcohol)