2011

TRAPPISTENTOER


Dag 12: vrijdag 23 september 2011 - Kortrijk-Ieper

Opnieuw een super-ontbijt! D uitbater heeft ons een brede keuze aan beleg voorbereidt en zelfs vers sinaasappelsap geperst. Goedgemutst stappen we op de fiets om de voorlaatste rit af te haspelen.

We zoeken de Leie op waar ik me nog maar eens vergis en de verkeerde oever kies maar het euvel wordt snel vastgesteld en luttele minuten later fietsen we op de linkeroever richting Wervik. Hier laten we de Leie los en rijden het Heuvelland in.

Samen met de heuvels komen ook de stille getuigen van Wereldoorlog I ons traject ingeslopen. Het eerste dorp dat we aandoen, Wijtschate, wordt omringd door enkele tientallen oorlogsbegraafplaatsen: Torreken Farm Cemetery, Cabin Hill Cemetry, Derry House Cemetery, Wytschaete Military Cemetery, Spanbroekmolen British Cemetery, Lone Tree Cemetery, ... en allemaal op minder dan drie kilometer afstand.

Het zijn overblijfsels van de tweede slag om Mesen. 1917, na 5 dagen van hevige bombardementen op de stellingen van de Duiters startte op 07 juni de tweede slag om Mesen. Na anderhalf jaar van voorbereidingen en het graven van honderden meters tunnel lieten de Britten 19 van de 22 geplaatste mijnen met in totaal 431.700 kilogram aan explosieven ontploffen onder de versterkingen van de Duitsers. De ontploffingen werden naar verluid gehoord tot in Londen en gevoeld tot in Parijs.

Doel van de geallieerde Generaal Plumer: het rechtrekken van de frontbocht ter hoogte van Wijtschate waardoor het front ettelijke kilometers korter en beheersbaarder werd. Het was de meest succesvolle actie in de Eerste Wereldoorlog die al na 8 dagen, op 14 juni beëindigd werd.

17.000 Engelsen en 25.000 Duitsers sneuvelden wat voor het eerst een 'positieve' balans was voor de aanvaller. De grootste en meest indrukwekkende krater werd geslagen door de mijn onder de Spanbroekmolen. In een tunnel van 520 meter lang werd 91000 pond of zo'n 41 ton ammonal (samentrekking van ammoniumnitraat en aluminium) geplaatst die resulteerde in een krater van 129 meter diameter met een diepte van 12 meter. De 'Pool of Peace' is een permanente en meest immense getuige van de waanzin die hier plaatshad. In de nabijheid van de 'Pool of Peace' staat op een sokkel een rechthoekige gedenksteen met gegevens over de Spanbroekmolenkrater in uitgehouwen wit beschilderde letters. Eén mijn werd ontdekt door de Duitsers en twee anderen werden niet tot ontploffing gebracht. In de jaren '50 ontplofte één van deze mijnen alsnog door een blikseminslag, naar plaatselijke roddels kwam een koe daarbij om het leven. De laatste mijn is nog steeds aanwezig in het veld, wachtend op een onweer of ...

De tweede slag om Mesen heeft dus praktisch volledig plaatsgehad op het grondgebied van Wijtschate. Omdat bij Wijtschate het katholieke 16de Ierse Divisie Regiment lag konden de Engelsen moeilijk dulden dat de Ieren met de eer gingen lopen dus werd het de tweede slag om Mesen. In Duitsland spreken ze van de "der Schlacht am Wytschaete-Bogen".

De slag resulteerde in een nog grotere veldslag: de Derde Slag om Ieper, meer daarover verder in het verslag van morgen.

Van Wijtschate rijden we recht naar de 156 meter hoge Kemmelberg! Om er dan netjes rond te rijden... Tja, het is een Trappistentoer en geen heuvelloop.

De volgende trappistenabdij ligt net over de grens met Frankrijk bovenop een hapklare brok van meer dan 160 meter hoogte: l'Abbatiale Du Mont-de-Cats. Sinds juni 2011 brouwen zij het Mont-de-Cats abdijbier in de installaties van de abdij van Scourmont (Chimay) waardoor het bier niet voldoet aan de voorwaarden om als volwaardig 'Trappistenbier' door het leven te gaan. Het bier is daardoor niet minder lekker en de omweg tot de abdij is zeker te verantwoorden.

We nemen ruim de tijd om de abdijwinkel te bezoeken en het bier te proeven in de nabijgelegen 'Hostellerie Du Mont Des Cats'. De fiets van Michel torst enkele bijkomende biertjes en een pakje kartonnen onderleggers die hij verkeerdelijk aanzag als gratis promotiemateriaal. Zelfs een bezoek aan een kloosterorde brengt ons zo dichter bij het vagevuur.

De afdaling brengt ons in een mum van tijd tot in Boeschepe en een kilometer verder rijden we terug België binnen om het centrum van Poperinge te doorkruisen. Het 'Centrum van hop en bier' boeit ons maar matig, het museum krijgt vandaag geen bezoek en de Brouwerij Van Eecke, gekend voor o.a. het Poperings Hommelbier, Kapittel Blond en Watou’s Wit, kan niet wedijveren met de Sint-Sixtusabdij die al jaren gekend is voor het beste bier ter wereld: de abt en de Westvleteren 8.

De laatste Trappistenabdij van onze twee weken durende tocht is de meest vermaarde voor zijn bier: de Sint-Sixtusabdij van Westvleteren. Officiele naam: Onze Lieve Vrouw-abdij van Sint-Sixtus, gesticht in 1831.

Beknopte geschiedenis:

De Sint-Bertinusabdij van Sithiu kocht in 806 een huis met 10 bunders land gelegen in de Pagus Issseretius (Westvleteren dus). Het land veranderd nog een paar keer van eigenaar tot het in 1372 verkocht wordt aan de abdij Ter Duinen in Koksijde (voor 42 pond) om het hout van de uitgestrekte bossen te gebruiken als brandstof. Voor het eerst duikt nu ook de naam Sint-Seix op. Volgens oude documenten zou er in de 16de eeuw een kapel gestaan hebben in de Bornebossen. Rond 1610 ontstond er ook een kluizenarij die later tot de stichting van de Birgittijnen zou leiden. Gilles De Lattre, dienstknecht van Monseigneur de Hennen, bisschop van Ieper, trok zich terug in de eenzaamheid van Sint-Sixtus terug (met twee gezellen weliswaar) met de toestemming van de abt van abdij Ter Duinen. De Lattre reisde enkele jaren later naar Rome om de toestemming te bekomen een klooster op te richten op Sint-Sixtus aangesloten bij de orde van de Allerheiligste Heiland (ook wel de Orde van de Birgittijnen naar de naam van de stichtster Birgitta van Zweden (XIVde eeuw). Na de administratieve verplichtingen werd 9 september 1615 de officiële stichtingsdag van het klooster van Sint-Sixtus. Pas in 1630 zou de abt van de abdij Ter Duinen de grond afstaan aan het klooster.

Toen Keizer Jozef II de beschouwende Orden ophief werd in 1783 het klooster ontruimd en afgebroken.

Het verhaal dreigt hier dood te bloeden en we moeten wachten tot in 1813 als de 'grof gebouwde, breed geschouderde en tamelijk onbehouwen' boer Joannes Baptista Victoor met de aankoop van het Kerselaarbos met het goed 'De Baenst' in Westvleteren er nieuw leven inblaast. De laatste achttien jaren van zijn leven brengt de boer er door met gebed en handenarbeid (met een knecht). Bezoekers stond hij enkel te woord nadat ze samen met hem de kruisweg gegaan waren waarvan de staties in zijn huis opgehangen waren. In 1825 werd op de Katsberg (Mont-des-Cats) een Trappistenklooster opgericht. Boer Joannes verzocht Dom Germanus Gillon, abt van Notre Dame du Gard, enige monniken te zenden om op zijn eigendom een nieuw klooster op te richten. In 1831 zond de abt drie monniken onder leiding van Dom Franciscus Maria (of in de wereld van de stervelingen Andreas Van Langendonck) en op 04 november 1831 volgde de officiële vestiging van het klooster in het woonhuis van boer Joannes. De boer stierf al in 1832 en de financiële status van het kersverse klooster was niet rooskleirig. Daarenboven hing het klooster af van een Franse abdij wat de nodige problemen gaf in de Nederlands sprekende regio. In februari 1835 besliste de vikaris-generaal, Monseigneur Corselis de enige ander stichting der trappisten, de priorij van Westmalle, te belasten met het leveren van de noodzakelijke hulp. Niet zonder moeite werd door Dom Franciscus Maria - Van Langendonck een succesvolle richting gekozen. Later zal één van zijn opvolgers, Dom Franciscus Decroix, afstand doen van zijn ambt om te Forges bij Chimay een nieuwe stichting van Trappisten op zich te nemen. Het is een kleine wereld, je zou bijna van inteelt spreken. In de loop der tijden zal het klooster meer dan twintig monniken uitsturen om her en der nieuwe stichtingen op te starten. Op 24 februari 1871 wordt door de H. Stoel het klooster tot abdij verheven wat gedagtekend wordt op 04 april 1871 in het archief van het bisdom. Dom Benedictus Wuyts wordt verkozen als eerste abt.

Het bier:

In de finaniële boekhouding van het klooster wordt volgend gegeven opgemerkt: uitgegeven op 01 juni 1838 aan een zeker 'Martin' de som van 362 Fr. voor een 'brouwsel bier'. Niet bestemd voor de paters maar voor de werklieden die betrokken waren bij de bouw van de eerste gebouwen ter uitbreiding van het klooster. Blijkbaar was de som een bittere pil om slikken voor de paters want op 15 juni dat jaar kocht het klooster het gereedschap van een oude brouwerij op voor 919 Fr. Het brouwproces wordt aansluitend opgestart en in mei 1839 leest men in de aantekeningen: 'twee ossepoten om te brouwen 1,80Fr.'. Ook in mei 1839 bekomt het klooster een brouwlicentie. Het kasboek maakt dan melding van een uitgave van 25,45 franken ‘voor de regten van twee gebrouwzels bier’. We mogen dit beschouwen als de officiële datum van het eerste geslaagde brouwsel. Tot vijfmaal toe wordt de installatie verbouwd, de laatste verbouwing gebeurd in 1990.

Het bier kan enkel aangekocht worden na reservatie via de website maar gelukkig kan je steeds terecht in de herberg 'In De Vrede' aan de overzijde van de straat. Het vooruitzicht van een boterham met een dikke snee abdijkaas en een koele kuip bruin oppergenot doet ons likkebaarden en de speekselklieren draaien al geruime tijd op 110%, m.a.w. we kwijlen aan een tempo waarbij Pavlov een delirium zou krijgen.

De ontnuchtering kan niet groter zijn: de immense parking voor de uitspanning is volledig leeg en een wee gevoel maakt zich meester van onze maag. De herberg is gesloten tot 02 oktober voor de jaarlijkse sluitingsperiode. Meer dan 1000 kilometer gefietst en dan dit. De lekkerste bieren gaan voor onze neus in rook op. We overwegen een inbraak, een bedelactie aan de poort van de abdij, een protestmars rond het domein, een wegblokkade met kampvuur voor de deur gevoed met onze Ortlieb-tassen en zelfs om onze fiets in de wilgen te hangen met een toetreding tot het klooster (liefst als brouwerbroeders) maar het rebelse vuur is al lang getemperd door de vele kilometers en de honderden liters zweet van de voorbije weken.

Het blijft bij een snik, een traan en de belofte het allemaal nog eens dunnetjes over te doen. Wisten wij veel dat er luttele jaren later veel Trappistenbrouwerijen bij zouden komen (Engelszell in Oostenrijk, Zundert in Nederland, Tre Fontane in Italië, Spencer in VSA en Tynt Meadow in Engeland) waardoor een heruitgave nooit meer de titel van 'Fietstocht langs ALLE trappistenabdijen' zou dragen.

We slikken de bittere pil en richten het voorwiel naar het oosten, richting Woesten. Het is de thuisbasis van 'De Struise Brouwers', in de bierwereld zeker geen onbekende of kleine speler. Sinds 2003 experimenteren ze met verschillende brouwsels en in 2008 kregen ze internationaal erkenning door gewoonweg het beste bier te wereld samen te flansen. 'Flansen' klinkt misschien wat te oneerbiedig want hun bieren zijn unieke, fantastische ervaringen en speciaal door de wijze van ontstaan of de samenstelling. De 'Pannepot Grand Reserva Vintage 2005' is een bier waar menig 'Grand Cru Premier Classé' bleek van wordt. Zelf omschrijven ze hun queeste als volgt: 'Enkele mannen uit Vleteren werden in 2008 verkozen tot de beste brouwers van de wereld. Sinds 2009 kun je hun heerlijke bieren komen proeven in 't Oud Schooltje te Oostvleteren. Maar liefst 30 bieren van het vat. Terug naar school was nog nooit zo leuk!'. Beter kan het niet omschreven worden en ik kan de lezer alleen maar aanraden om dat bezoek onverwijld uit te voeren (klik hier om hun website bezoeken).

Te Ieper worden we goed ontvangen door de uitbater van de B&B 'Fresco' en 's avonds ondernemen we nog een voettocht naar het centrum om in een Oosters restaurant voor de laatste keer de energiereserves op peil te brengen.

Natuurlijk laten we het niet na om onder het genot van een goed glas de volledige tocht nog eens te overschouwen.

Geproefde bieren vandaag:


  • Mont des Cats (7,6% alcohol)