2011

TRAPPISTENTOER


Dag 09: dinsdag 21 september 2011 - Surice-Walcourt


Tegen halfnegen zitten we terug in het zadel voor een tocht van 90 kilometer door één van de mooiste delen van België. Ons achterwerk is nog steeds verschrikkelijk pijnlijk en in Romedenne draai ik de parking op van de plaatselijke apotheek. Gisteren heb ik mij vergist: de mooiste deernes van dit piepkleine dorp baten hier de apotheek uit. Met veel schroom tracht ik beide dames in mijn beste Frans uit te leggen wat ik zoek. Zonder verpinken trachten ze de meest intieme details van mijn gehavende zitvlak te ontfutselen. Vermoedelijk is het een leuke afwisseling voor hen om eens een ander type kwaal onder de ogen te krijgen dat de steeds weerkerende migraine aanvallen van de plaatselijke verschrompelde besjes die het dorp nog bevolken. Niet zonder problemen geraak ik de winkel uit met een niet-klevende zalf zonder mijn zitvlak te moeten ontbloten op de toonbank.

We volgen ons kompas richting zuiden en ter hoogte van Romerée komen we op de RAVeL 2 - L156 die we moeten volgen tot in Mariembourg. Deze oude spoorweg van 1864 werd in 1978 ontmanteld en rond de jaren '95 jaren getransformeerd tot een uitstekend fietspad. Hier heb je geen last van rondrazende auto's en ben je één met de natuur. Na enkele bochten bereiken we Mariembourg. Dit versterkt stadje werd in 1546 gesticht door Maria Van Hongarije als antwoord op de Franse dreiging die uitging van de vesting van Maubert-Fontaine, het draagt dan ook haar naam: Burcht van Maria.

Van de fortificaties is niks meer terug te vinden, zij werden ontmanteld in 1855, maar het treinmuseum is daarentegen wel een trekpleister. Het is gevestigd in het vroegere depot van Mariembourg en kenmerkt zich door de rotonde bouwstijl waar zes sporen het onderhoud van de treinen mogelijk maakt. Je verwacht een typische draaischijf voor treinen maar een driewegwissel was blijbaar goedkoper (klik hier om de website van CFV3V te openen).

Maar Chimay lonkt dus springen we op ons zitvlakmarteltuig en peddelen rustig verder langs de vallei van l'Eau Noire. Dit watertje is geen rustig kabbelende beek maar door het afgelegde hoogteverschil eerder een ontketende bergrivier. Tot in Brûly-de Pesche is het hard labeur.

We zijn zelfs zo geconcentreerd dat we de afslag Baileux voorbijrijden en op onze stappen dienen terug te keren om de volgende bezienswaardigheid niet te missen: l'Abri d'Hitler of het "Grand Quartier Général Allemand 1940". Dit is de bunker van waaruit Adolf Hitler zijn aanval op Frankrijk plande in juni 1940.

De bunker zelf kan bezichtigd worden, evenals enkele omliggende panden zoals de pastorie en een kerkje, die door de bezetter ontruimd waren om daar de legerleiding in te kunnen vestigen. 5,00€ vonden we echter teveel om het museum te mogen bezichtigen, wel is het enorm rustige plaats en ideaal om onze sandwiches te verorberen.

Met grote ogen genieten we als kleine kinderen van de schoonheid van de stoomlocomotieven. je kan hier zonder problemen een dagje doorbrengen en alle geheimen doorgronden van de Belgische treingeschiedenis, de collectie is zeer uitgebreid met trainbussen, diesellocs, elektrische locs, stoomlocs, diverse wagons, rijtuigen en werk- & Onderhoudsmachines. 

We maken een joekel van een inschattingsfout door rechtstreeks naar Chimay te fietsen. We passeren de abdij van Scourmont op minder dan 3 kilometer afstand zonder dat het doordringt en in Baileux negeren we zelfs een bordje aan een afslag "Abbay La Trappe".

We lachen zelfs even naar elkaar en verwijzen naar de abdij in Tilburg. Blijkbaar zijn we oververmoeid en hebben onze hersenen te weinig zuurstof gekregen in de bossen want geen van beiden leggen we de link met de abdij die we zoeken. Dus komen we aan in Chimay om vast te stellen dat we 8,5 kilometer terug moeten om een foto te kunnen nemen van onze zesde doel van de fietsreis.

Michel beperkt zich tot wat binnensmonds gemurmel. Het vooruitzicht op een lekkere Chimay in de herberg Poteaupré verguld de pil voldoende. Eerst volgt natuurlijk de verplichte foto van onze fietsen voor de poorten van de abdij en we werpen ook een blik naar binnen.

De roep van het bier is te machtig en zelfs de majestueuze sequoia op het binnenplein gunnen we niet meer dan een blik om geen tijd te verliezen.

'Brouwhuis-restaurant l'Auberge de Poteaupré is de plaats bij uitstek om in een uitstekend kader heerlijk te genieten van de streekproducten uit Chimay en de Abdij van Scourmont. Kom er alle aroma's van de trappistenbieren van Chimay degusteren en proef de smaken van de bijbehorende kazen. Ontdek unieke producten zoals "la Chimay Dorée", een zuiver moutbier van het vat dat speciaal voor l'Auberge wordt gebrouwen. En laten we het neusje van de zalm van de trappistenkazen,"Le Poteaupré" , vooral niet vergeten... ' staat er te lezen op de website (klik hier) en daar is geen woord van gelogen. Eén Chimay Dorée (of Poteaupré) is weinig als je weet dat je waarschijnlijk de volgende jaren niet meer de kans zult krijgen om dit lekkere bier opnieuw te proeven dus worden het er twee. Twee trappistenbieren nuttigen als je nog 40 kilometers moet fietsen is niet verstandig natuurlijk. Een boterham met overlekkere Chimaykaas zou het alcoholeffect moeten temperen...

Als we onze tocht vervolgen merk ik dat het kabeltje van de batterijlader nog niet aangesloten is en met mijn rechterhand tracht ik dat in orde te brengen. Twintig meter verder rijd ik pardoes de sloot naast de weg in. Gelukkig is hij niet te diep, ongeveer een meter en zijn de zijkanten goed begroeid met mals gras zodat de schade beperkt blijft. Zo goed als zonder kleerscheuren of andere beschadigingen geraak ik met de hulp van Michel terug op de weg. Enkel mijn ego heeft een flinke knauw opgelopen wat nog versterkt wordt door de raadselachtige grijns rond de lippen van Michel.

In plaats van in Chimay het mooie fietspad te nemen verkiezen we het 'Grand Circuit de Chimay' om het 'Lac de la Platte Taille' te bereiken. Het circuit ligt vrijwel volledig op de openbare weg en is dus toegankelijk voor het gewone wegverkeer. Enkel de driedubbele vangrails in de bochten en de toch wel heel assertieve rijstijl van de autochauffeurs verraden het werkelijk karakter van dit stukje weg. We zijn geen partij voor de blikken monsters die voorbijrazen en kunnen gelukkig in het bos van La Fagne opnieuw een RAVeL opdraaien. De RAVeL 109/2 is pas sinds 2011 geopend voor fietsers en kenmerkt zich door de stilte die heerst in het bos waar hij zich doorslingert. Hij werd verlengd tot de oevers van het meer de la Platte Taille waar je aansluitend het fietspad kunt nemen om rond het meer te toeren. Als we het meer loslaten aan het meest noordelijke punt resten er nog een viertal kilometer tot het centrum van Walcourt.

Het herkenningspunt van Walcourt bij uitstek is de Sint-Maternusbasiliek. Ze is toegewijd aan Maternus, bisschop van Keulen en/of bisschop van Tongeren uit de 3de - 4de eeuw.

De klokkentoren met opvallende bolspits, 63 m hoog, stamt uit 1621 nadat de oude door een brand in 1615 was verwoest en werd opnieuw hersteld na een brand in 1920.

Onze aandacht gaat echter vooral uit naar de B&B Confluences op het dorpsplein waar we zeer hartelijk ontvangen worden. De zolderkamer op het tweede verdiep die we toegedeeld krijgen is zes maten te klein maar de mooie badkamer is een opsteker. De smalle trap is echter een obstakel. Alle andere kamers in de B&B zijn vrij en voor zwaar bepakte fietsers zou de uitbaatster toch enig begrip mogen opbrengen.

De avondmaaltijd in het restaurant 'Le Parvis' aan de overzijde van het plein is zeer goed en prijs/kwaliteit een aanrader. Als afsluiter nemen we nog een trappist in de typische dorpsherberg 'La Croix Blanche'.

Michel heeft vandaag voor het eerst de kaap van 100 fietskilometers op één dag overschreden. Een welgemeende proficiat is hier op zijn plaats. Morgen stelt hij het record nog wat scherper maar gelukkig weet hij het op dit moment nog niet.

Geproefde bieren vandaag:


  • Chimay Poteaupré of Chimay Dorée (4,8% alcohol)